Deel 1.
Raskatjes
Esmeralda Suikerbuik werd geboren op de éen na warmste dag van 1981, achterin de Ford Fiesta van haar ouders, zo’n vijf kilometer na de grens tussen Belgie en Frankrijk. Haar moeder, Margareta Suikerbuik, was pas 28 weken zwanger van haar eerste dochter toen zij weeën kreeg en Esmeralda’s vader, Jan Willem Suikerbuik, de auto in een vluchthaven parkeerde. De anders bijzonder opgefokte en zorgelijke man, kreeg een acute kalmte over zich, legde zijn vrouw op de achterbank en bracht het kind ter wereld alsof hij een volleerde vroedvrouw was.
Ook al was de ambulance een moment later ter plaatse en was Esmeralda ondanks haar veel te vroege geboorte kerngezond, Margareta Suikerbuik wilde hierna nooit meer op vakantie.
Toen Esmeralda drie jaar oud was en aan de ontbijttafel de moppen op de achterkant van een pak hagelslag voorlas, merkten haar ouders dat zij een bijzonder kind was. Jan Willem Suikerbuik, aangenaam verrast dat hij een kind had gemaakt dat slimmer was dan hij en zijn vrouw, gaf zijn baan als installateur van airconditionings op om zich te wijden aan wat een bloeiende carriere voor zijn dochter had moeten worden.
Op 12 november 1985 werd hun tweede kind geboren, een zoon die zij Alexander Willem Suikerbuik noemden. Twee jaar en twee weken later, toen zijn moeder de keukenkastjes aan het opruimen was, nam Alexander Willem Suikerbuik een paar slokken gootsteenontstopper. Met het ijlende, uit zijn mond bloedende kind in haar armen rende Margareta naar de buurvrouw, struikelde over een stoeptegel in hun voortuin en brak haar nek.
Sinds die dag was het alleen nog Esmeralda en haar vader. Esmeralda bleek in mindere mate het wonderkind waar haar vader haar voor hield. Ze had weliswaar een uitzonderlijk gevoel voor taal en won elke spellingswedstrijd waar haar vader haar voor opgaf, maar cijfers en andere basale dingen begreep ze niet. Ze kon haar huisnummer niet onthouden, snapte niets van jaargetallen en leerde nooit klok kijken.
Ze had hiervoor altijd dezelfde verklaring: dat ze was geboren met alle wijsheid die ze nodig had. Als ze iets niet wist, niet snapte of vergat, dan was het niet belangrijk genoeg.
Esmeralda ontmoette de zoon van de groenteman op een zaterdagochtend in de lente, toen haar vader haar naar de groenteman stuurde om vier artisjokken te kopen. De jongen was scheel en kon nauwelijks praten. Hij was veel te groot en lomp voor zijn leeftijd, met handen als berenklauwen. Maar de manier waarop hij de artisjokken tussen zijn enorme handpalmen nam en ze voorzichtig schoonveegde, alsof het pasgeboren raskatjes waren, zorgde ervoor dat Esmeralda op slag van hem hield. Ze was tien en wist: deze jongen hoort bij mij.