Smints

oktober 22, 2009 door laurahaman

Op een dag besloot ik: mijn vader had gelijk toen hij zei dat ik een echt beroep moest leren.
En dus verkocht ik mijn atelier en werd ik Human Resource Manager.
Dat noemen wij ‘in de HR zitten’, de Human Resource Managers en ik.

Ik slijt mijn dagen achter een bureau. Een goed geordend bureau. Ik ben geordend geworden, nadat ik de beslissing nam. En een sociale collega. En bijzonder communicatief vaardig. Ik kom op tijd en val nooit achter mijn beeldscherm in slaap.

Ik studeerde hard, nadat ik de beslissing nam. Mijn boeken waren dik, mijn rugzak zwaar en mijn hoofd vulde zich langzaam met feiten. Het werd zo vol in mijn hoofd dat ik minder begon te voelen. Daar is geen plek voor. Dat bevalt me. Nog steeds.

Ik leerde: éen emotie uit je hoofd schrappen betekent plek voor honderden feiten.
Dus ik schrapte en leerde. Systematisch schrapte ik gevoel na gevoel uit mijn hoofd, totdat ik alleen nog het meest noodzakelijke kon voelen.
Ik weet nu waarom ik vroeger nooit onthield.

Gisteren, toen ik in de bus zat, reed er een oude, dronken man op een fiets de straat op. De bus, die net op trok vanaf de halte, raakte zijn voorwiel, waardoor de man met een harde, metalen klap op het asfalt naast de Vijverberg viel. Ik keek door het raam naar hem en zag hoe hij bleef liggen met zijn gezicht naar beneden en zijn been in een vreemde hoek onder het frame. Daarna keek ik op mijn horloge. Ik had nog genoeg tijd om een broodje te halen voordat ik aan het werk zou gaan.

Nog een voordeel van emoties elimineren is dat je er lichter van wordt. Gedachten over dingen die je niet kunt veranderen, maken je zwaar.
Ik ben een slanke HR manager.
Iemand waar mijn vader trots op zou zijn.
Mocht hij dat willen.

Mijn omgeving is gevuld met mensen die zwart, grijs en wit dragen. Ze kopen hun goed gesneden jasjes en soepel vallende broeken allemaal bij dezelfde winkels.
Ik eet overdag voornamelijk Smints uit een blauw doosje op mijn bureau. Ik wil niet uit mijn mond stinken als ik straks bij de directeur word geroepen voor een promotie.
Ik wil mijn toekomst niet op het spel zetten.

Seizoenen veranderen en ik maar Smintjes eten.
Achter mijn goed geordende bureau.

Mijn vader is trots, dat weet ik zeker.
Ik mis hem.
Soms.

Een deel ergens van uit maken is essentieel voor het volhouden van leugens.

oktober 1, 2009 door laurahaman

Ze hebben gedronken.
Het is te zien aan de felrode blos die bij de jongen van vlak onder zijn ogen tot zijn slapen strekt en bij het meisje naast de huid tussen jukbeenderen en oren, ook haar neus kleurt. Het licht in de trein is fel.
Zij zit bij het raam.

Ze lezen – hij de IKEA folder en zij de Spits – met een concentratie die alleen aangeschoten mensen ten deel valt. Zijn haar is vettig achterover gestreken, iets dat hij om de paar minuten met zijn rechterhand doet. Zij heeft voor haar knotje een soortgelijke handeling: als er teveel haren los in haar gezicht komen te hangen, trekt zij het elastiekje er uit, hangt deze tijdelijk om haar rechterpols, maakt met twee handen een nieuwe staart en windt het elastiekje met haar linkerhand weer om het halflange, blonde, sluike haar.

Straks, als de trein Utrecht Centraal binnenrolt als een kalme golf, zal hij als eerste opstaan, de haarhandeling herhalen en zijn lichtblauwe overhemd aan de achterkant in zijn spijkerbroek stoppen. Zij zal haar elleboog op het tafeltje laten rusten en haar hoofd op haar handpalm. Ze zal gapen, moe om zich heen kijken en dan zal hij, trots op zijn romantisch-mannelijke gebaar, haar hand vastpakken en haar overeind trekken. Terwijl ze wachten tot de deuren open gaan, staat zij achter hem met haar armen om zijn middel. Ze laat haar wang rusten op zijn schouder en duwt haar borsten tegen zijn rug. Dat vindt hij lekker. Ze zal even haar ogen sluiten.

Ze zijn vastbesloten de tijd die door anderen de mooiste tijd van hun leven genoemd wordt, zo lang mogelijk te rekken: van het moment dat ze wisten waar en wat zij zouden gaan studeren – zij rechten zoals haar ouders en hij economie zoals de drie generaties mannen in zijn familie voor hem – en belangrijker nog, van welke studentenvereniging ze lid zouden worden, tot het moment dat ze het laatste lid uit de corporale eenheid waaruit zij hun kring met vrienden voor het leven hebben opgebouwd, moeten begraven.

Veertig minuten later, nadat ze zwijgend naar zijn studentenhuis in het centrum zijn gefietst, door de donkere gang hun weg hebben gevonden naar zijn kamer – de grootste, want hij is huisoudste – en hun tanden gepoetst hebben met zijn tandenborstel, zal hij bovenop haar naakte, rillende lichaam gaan liggen.

Hij houdt van haar, omdat ze hem zijn gang laat gaat gaan. Zij laat hem zijn gang gaan omdat ze wil slapen, en ze weet dat de discussie over dat ze geen zin heeft om met hem te vrijen, langer duurt dan het vrijen zelf.
Zij houdt van hem, omdat hij het niet langer laat duren dan nodig, omdat hij weet dat ze wil slapen, ze geen zin heeft, maar niets zegt.

Ze weten van elkaar wat ze van elkaar weten en daarom houden ze van elkaar.

En dat zullen ze blijven doen.
Zij van hem, ook nadat zij er na twaalf jaar huwelijk achter komt dat hij een affaire heeft, en hij van haar, ook nadat hij haar voor de zoveelste keer moet ophalen van een feestje bij een jarige vriendin waarop ze zo dronken is geworden dat ze een laars kwijt is en ze alleen nog maar kan huilen.
Ook als hij de volgende dag, terwijl zij met de mascara op haar wangen in bed ligt te slapen, nogmaals langs de jarige vriendin rijdt om haar laars op te halen, die ze ergens op het balkon hebben gevonden.

Stof

september 21, 2009 door laurahaman

Die middag stond ik met mijn hypocriete kop aan het graf van de Grote Actrice, in de hoop dat er bij het in de grond laten zakken van haar kist wat van haar onuitputtelijke talent zou opstuiven en een paar seconden vederlicht zou blijven hangen in de lucht als het stof dat je alleen kan zien in een scherpe zonnestraal.
Dat ik het zou kunnen inademen.
Dat het tussen mijn wimperharen bleef hangen, onder mijn nagels, in mijn neusslijmvlies. Dat het vervolgens als pure cocaïne, als een laatste medicijn tegen een ongeneeslijke ziekte, mijn bloedbaan in zou trekken en mijn angsten weg zou nemen.
Ik had maar éen cel van haar talent nodig om nooit meer bang te hoeven zijn voor mijn eigen ambitie.

De geschiedenis van de familie Suikerbuik

juli 6, 2009 door laurahaman

Deel 1.
Raskatjes

Esmeralda Suikerbuik werd geboren op de éen na warmste dag van 1981, achterin de Ford Fiesta van haar ouders, zo’n vijf kilometer na de grens tussen Belgie en Frankrijk. Haar moeder, Margareta Suikerbuik, was pas 28 weken zwanger van haar eerste dochter toen zij weeën kreeg en Esmeralda’s vader, Jan Willem Suikerbuik, de auto in een vluchthaven parkeerde. De anders bijzonder opgefokte en zorgelijke man, kreeg een acute kalmte over zich, legde zijn vrouw op de achterbank en bracht het kind ter wereld alsof hij een volleerde vroedvrouw was.
Ook al was de ambulance een moment later ter plaatse en was Esmeralda ondanks haar veel te vroege geboorte kerngezond, Margareta Suikerbuik wilde hierna nooit meer op vakantie.

Toen Esmeralda drie jaar oud was en aan de ontbijttafel de moppen op de achterkant van een pak hagelslag voorlas, merkten haar ouders dat zij een bijzonder kind was. Jan Willem Suikerbuik, aangenaam verrast dat hij een kind had gemaakt dat slimmer was dan hij en zijn vrouw, gaf zijn baan als installateur van airconditionings op om zich te wijden aan wat een bloeiende carriere voor zijn dochter had moeten worden.

Op 12 november 1985 werd hun tweede kind geboren, een zoon die zij Alexander Willem Suikerbuik noemden. Twee jaar en twee weken later, toen zijn moeder de keukenkastjes aan het opruimen was, nam Alexander Willem Suikerbuik een paar slokken gootsteenontstopper. Met het ijlende, uit zijn mond bloedende kind in haar armen rende Margareta naar de buurvrouw, struikelde over een stoeptegel in hun voortuin en brak haar nek.

Sinds die dag was het alleen nog Esmeralda en haar vader. Esmeralda bleek in mindere mate het wonderkind waar haar vader haar voor hield. Ze had weliswaar een uitzonderlijk gevoel voor taal en won elke spellingswedstrijd waar haar vader haar voor opgaf, maar cijfers en andere basale dingen begreep ze niet. Ze kon haar huisnummer niet onthouden, snapte niets van jaargetallen en leerde nooit klok kijken.
Ze had hiervoor altijd dezelfde verklaring: dat ze was geboren met alle wijsheid die ze nodig had. Als ze iets niet wist, niet snapte of vergat, dan was het niet belangrijk genoeg.

Esmeralda ontmoette de zoon van de groenteman op een zaterdagochtend in de lente, toen haar vader haar naar de groenteman stuurde om vier artisjokken te kopen. De jongen was scheel en kon nauwelijks praten. Hij was veel te groot en lomp voor zijn leeftijd, met handen als berenklauwen. Maar de manier waarop hij de artisjokken tussen zijn enorme handpalmen nam en ze voorzichtig schoonveegde, alsof het pasgeboren raskatjes waren, zorgde ervoor dat Esmeralda op slag van hem hield. Ze was tien en wist: deze jongen hoort bij mij.

Vissticks

mei 27, 2009 door laurahaman

A
Ik ga

B
Dag schat

A
Ik kom niet meer terug
Vraag me waarom

B
Waarom?

A
Omdat ik met de dag zieker word van jou. De kanker die jij liefde noemt, voedt zich aan mijn broze botten, aan mijn koude harde aders, aan mijn verloren ruggengraat. Wervel voor wervel vreet het zich een weg naar boven. Alles mag het hebben, mijn huid is allang niet meer van mij en mijn buik is nooit van mij geweest. Maar nu ik van het gezwel dat jij liefde noemt niet meer kan slikken en ik weet dat het niet lang meer duurt voordat het mijn hersenen in kruipt en een ravage zal aanrichten, nu. Nu is het tijd om te gaan.

B
Ga dan

A
Ik was al aan het gaan

B
Goed

A
Maar nu kan het niet meer

B
Je zegt net dat je gaat

A
Ja, maar dat hadden mijn laatste woorden moeten zijn

B
Als het laatste woorden hadden moeten zijn, dan had je daarna niks meer moeten zeggen

A
Nu kan ik dus niet meer gaan

B
Waarom niet

A
Omdat je mijn moment compleet verstoord hebt

B
Nee, jij hebt je eigen moment verstoord

A
Kan je niet gewoon huilen?

B
Huilen
Nee

A
Jij helpt al mijn momenten naar de klote

B
Jij helpt al je eigen momenten naar de klote

A
Huil gewoon, doe even mee

B
Ga je nou nog?

A
Eerst huilen

B
Jezus

A
Ik meen het

B
Ja. Wat eten we vanavond?

A
Vissticks
Jij eet vissticks
Voor de rest van je leven
(…)

Een vis in een vliegtuig, derde versie

mei 26, 2009 door laurahaman

De regenwissers slaan vermoeid heen en weer over de voorruit. Ik kijk naar de gele hijskranen rondom de ringweg. “Het lijkt wel of ze hier altijd aan het bouwen zijn,” zeg ik. Ik zit naast Sarah in de auto. Ze rijdt hard omdat ze weet dat er straks file komt. Buiten is het grijs en het miezert.
“Nog even en het is groter dan Utrecht,” zegt ze. Ik lach. Daarna is het weer stil. Ze is vandaag niet spraakzaam. Het is haar verjaardag.
We rijden Pijnacker uit, het dorp waar Sarah zo graag weg wil, maar het niet kan. Het dorp dat ik vier jaar geleden verliet en waar ik geen heimwee aan heb. Alleen aan haar.

We stoppen bij een Albert Heijn, waar Sarah een hazelnoottaart koopt voor op haar werk en ik een Kinder Surprise ei. Als we de koele winkel weer uit lopen, voel ik nog duidelijker de plakkerige, druilerige warmte van deze dag. Op mijn bovenlip staan zweetdruppeltjes. We rijden de snelweg op. Ik open het ei, eet het op en kijk wat de verrassing is. Het is een klein vliegtuigje met heel veel losse onderdelen, maar zonder stickers. De stickers vind ik het leukst. Oogjes plakken. Sarah zoekt naar een radiozender die niet stoort.
“Ze zijn afgesteld op Rotterdam”, zegt ze. “Hoe dichter we bij Den Haag komen, hoe storender ze worden”.

Ik ben misselijk van mijn chocolade-ei. Ik zet het raam een stukje open maar dat maakt het alleen benauwder. Ik kijk naar de grijze lucht, naar auto´s die Sarah inhaalt, naar de vangrail die als op een zee lijkt te deinen.
“En dan is iedereen natuurlijk weer te laat en dan zeggen ze dat dat is omdat het regent. Ik denk dan: ik ben er toch ook gewoon om 9 uur.” Ik kijk naar Sarah, naar haar ernstige blik die van binnenspiegel, naar buitenspiegel gaat, van snelheidsmeter naar radio. Ze haat haar baan. Ze zegt het nooit maar ik weet het zeker.
“Ik mag vandaag een nieuwe stagiair inwerken. Gebeurt er tenminste weer eens wat.” Een turquize Panda met een dikke vrouw erin snijdt ons vanaf rechts af. Sarah toetert.

We zijn allebei moe. Het was de nacht ervoor zo warm in haar slaapkamer dat we nauwelijks hebben geslapen. Voordat ze het licht uit deed, vroeg ik haar: “Zal ik morgenochtend ontbijt op bed maken, voor je verjaardag?”
“Nee,” zei ze, “dat is nergens voor nodig.”
Ik ging op mijn linkerzij liggen, maar dacht elke keer als ik mijn ogen opendeed dat haar klamboe een man was. Ik ging op mijn buik liggen, maar kreeg het te benauwd en ging op mijn rug liggen, maar kreeg pijn aan mijn nek.
“Vond je het een leuke dag vandaag?” vroeg ik haar in het donker.
“Het hoort erbij,” zei ze.
Tenslotte ben ik op mijn rechterzij in slaap gevallen, met mijn knieën tegen haar billen.

Ze zet me af op de Kruiskade. Ik moet snel de auto uitspringen omdat ze nergens kan parkeren en het stoplicht alweer groen is.
“Dag lief, fijne dag!” roep ik voordat ik het portier dicht sla. “Dag kleine,” zegt ze. Als ze de hoek om rijdt, zwaai ik naar haar, maar ze ziet me niet. Wachtend bij het zebrapad stel ik me voor hoe ze straks de parkeergarage in rijdt, aan mijn kant het knopje naar beneden doet, wat ik vergeten ben, haar tas en de taart van de achterbank pakt en het kantoor in loopt. Hoe ze geroutineerd haar tas naast haar bureau zet, haar jasje over de stoel hangt en koffie zet voor haar baas. Als haar collega´s te laat binnenkomen, zal ze vriendelijk ´Goedemorgen´ tegen ze zeggen.

Er rijden geen treinen tussen Den Haag en Utrecht door een blikseminslag de nacht ervoor. Ik haal een grote koffie en neem de stoptrein naar Gouda. Ik val in een onrustige slaap, waarin ik telkens wakker wordt met pijn aan mijn nek omdat mijn hoofd opzij is gevallen. Als ik uit stap is het opgehouden met regenen.
Thuis trek een pyjama aan die net uit de was komt en slaap tot 13.00 uur. Ik heb een gemiste oproep van Sarah. Terwijl ik me op maak voor de spiegel bel ik haar terug. Er wordt direct opgenomen. Met een pincet trek ik een haartje uit mijn wenkbrauw.
Een vrouwenstem schraapt haar keel. “Medisch Centrum Haaglanden, spreek ik met mevrouw Haman? Er is iets gebeurd met Sarah. Dat is uw zus, neem ik aan? We konden geen telefoonnummer van jullie ouders vinden.”
Ik staar naar het rode vlekje dat is ontstaan onder mijn wenkbrauw. De hand waarmee ik de pincet vast heb begint te trillen. Ik moet een hap speeksel weg slikken voordat ik kan praten.
“Die hebben we niet”, zeg ik. Ik vraag niet wat er is. Het kost teveel moeite. Het is even stil en ik wil dat dat zo blijft. Dan hoor ik de vrouw weer.
“Bent u in de buurt?”

Haar haren krullen om haar gezicht. Ze was die ochtend een half uur bezig geweest om het stijl te krijgen met een tang. Ondertussen was ik blijven liggen in haar grote bed en deed ik af en toe een oog open om op de klok te zien of we al weg moesten. Nu zit ik op een stoel naast een bed waar zij in ligt, bij een machine die piept. Ze heeft een infuus in haar arm zitten, in een bolle blauwe ader.
In mijn zak vind ik opeens het oranje plastic balletje uit het Surprise ei. Ik bestudeer het plaatje: het moet een vliegtuigje worden met een vis erin.
Sarah´s gezicht is mooi als altijd, zonder een schrammetje. Zoals ze daar ligt, gesloten ogen en blanke huid, blijkt uit niets dat ze door een vrachtwagen aangereden is, drie straten van de plek waar ze mij afzette. Ik begin het vliegtuigje in elkaar te klikken, onderdeeltje voor onderdeeltje. Als het in elkaar zit, moet ze weer wakker worden.

Ik bid niet. Ik geloof niet in God. Ik zeg het alleen, tegen het visje in het vliegtuigje. Als het in elkaar zit, moet ze weer wakker worden.

Dinsdagochtend, 10.30 uur, koffiebar.

april 7, 2009 door laurahaman

Han en Lau beiden achter een laptop aan de lange tafel, intellectuele bril op, serieuze “Wij zijn belangrijk”-blik, omringt door boeken, papieren en kopjes koffie.
Er komt een moeder met kinderwagen binnen.

Lau: (verlangend in de kinderwagen turend) “Ah! Baby!”
Han: (streng op de laptop wijzend) “Nee! Toneel!”

Man zonder hart

april 3, 2009 door laurahaman

Na mijn dood sneden de dokters mijn borst open en toen zat er niets.
Ik had altijd gehoopt een groot hart te hebben.
Of een klein hartje, ook goed.
Of voor mijn part, een gebroken hart.
Gelijmd, bestaande uit allemaal kleine stukjes als een mozaïek.
Iets dat klopte.
Of desnoods niet klopte.
Maar iets.
Een teken dat ik een mens ben.
Was.
Dat ik kon zeggen: ik hou van jou.
Houden van is de hoofdtaak van het hart.
Dat kan ik nu niet.
Sterker nog, met terugwerkende kracht heb ik dat nooit gekund.

Wat heb ik al die tijd gedaan?
Wat heb ik al die tijd gedaan als ik niet van jou hield toen ik zei dat ik van je hield?
Ik heb gelogen.
Nee, ik heb niet gelogen.
Wat deed ik, toen?
Wat deed ik in de tijd dat ik dacht van jou te houden maar niet van je kon houden, omdat nadat de dokters mij opensneden bleek dat ik geen hart heb, maar dat toen nog niet wist?

Ik heb gelopen.
Over straten, door parken, ongetwijfeld.
Mensen hebben mij gezien.
Ik heb dingen gekocht.
Melk, schoenen, kranten.
Ik kan dat bewijzen.
Ik heb ergens bonnetjes, dat moet wel.
Ik heb gepraat met mensen.
Ik heb gegeten in restaurants.
Koffie gedronken in een café.
Het personeel kent me.
Ik kan het aantonen, dat ik dingen heb gedaan in die tijd.
Mensen hebben me gezien.
De klok heb ik zien tikken.
Jullie ook.

De zomertijd is ingegaan, de wintertijd is ingegaan en daarna is weer de zomertijd ingegaan.
Ik deed daar aan mee, aan de zomertijd.
Ik verzette braaf mijn klok een uur, als een zot.
Ik deed mee aan het etmaal.
´s Ochtends stond ik op en ´s avonds ging ik slapen.
Zoals het hoort.
Ik deed mee aan de seizoenen.
Ik klaagde mee over de regen in de herfst.
En trok een muts op in de winter.
Vraag het de winter.
In de lente keek ik met een glimlach naar pasgeboren schaapjes.
Werd ik verliefd.
Of nee, dat dus niet.
Carnaval, ik deed er aan mee.
Ik heb een pak aangetrokken en de polonaise gedaan.
Mensen hebben achter en voor mij gestaan in de polonaise.
Vraag het aan hun.
Ik heb gestemd toen dat moest.
Jullie ook.
Ik heb series op tv gevolgd.
Meegeleefd met bedachte personages.
Ik heb het kabinet zien vallen.
Ik kan bewijzen dat ik overal aan heb meegedaan, als een brave burger.
Als een zot.
Net als jullie.

Ik kan aantonen dat ik precies heb gedaan wat ik moest doen in de tijd dat ik dacht dat ik van je hield, maar niet van je kon houden, omdat toen de dokters mijn borst opensneden, bleek dat ik geen hart had.

Nieuwe buren, een fragment

maart 30, 2009 door laurahaman

Har (de nieuwe buurman, 42 jaar) is zojuist kennis komen maken bij Saar (een verbitterde moeder, 48 jaar) en haar mooie dochter Pien (15 jaar).

PIEN
Ik denk dat onze nieuwe buurman ons best aardig vond

SAAR
Jij weet niets van mensen

PIEN
Toch wel

SAAR
Als je nou je kop niet houdt en die boterham eet
Dan stop ik hem door je strot

PIEN
Als je gewoon aardig tegen hem zou doen

SAAR
Dan wat

PIEN
Dan kan hij vaker langs komen

SAAR
Waarom zou hij vaker langs komen?

PIEN
Gewoon, gezellig

SAAR
Jij bemoeit je nergens mee, Pien
Ik heb heus wel door wat je doet

PIEN
Ik doe niks

SAAR
Jij wil weer een man in mijn leven
Jij wil weer dat mijn hart gebroken wordt
Jij wil weer dat ik zwak gemaakt wordt

PIEN
Je maakt jezelf zwak

SAAR
Wat zei je?

PIEN
Niets

SAAR
Wat zei je?

PIEN
Ik zei: je maakt jezelf zwak

SAAR
Ik ben een goede moeder!
Ben ik een goede moeder?
Jij vind me een slechte moeder

PIEN
Niet

SAAR
Zeg het!

PIEN
Nee

SAAR
Zeg: je bent een slechte moeder, mama

PIEN
Nee

SAAR
Zeg het

PIEN
Ik wil het niet

SAAR
Je bent een slechte, zwakke, zieke moeder, mama

PIEN
Je bent een goede moeder

SAAR
Ik ben een slechte moeder

PIEN
Je bent een goede moeder!

SAAR
Je bent een goede moeder, wat?

PIEN
Je bent een goede moeder, mama

SAAR
En nou wil ik niets meer over die buurman horen

De bel.

SAAR
Ja
Hallo
Alweer

HAR
Ik was nog iets vergeten
Komen jullie morgen bij mij eten?
Ik maak vis

SAAR
Pien is allergisch
Voor vis

PIEN
Niet voor alle vis

SAAR
Je kunt haar nooit ergens heen meenemen

HAR
Ik kan ook andere vis maken

SAAR
Wij kunnen morgen niet

HAR
Het kan ook overmorgen

SAAR
Dan kunnen we ook niet

PIEN
Echt wel

SAAR
Bovendien
Pien lust niks

PIEN
Ik lust alles

HAR
Ik kan iets maken wat ze lust

SAAR
Heel vriendelijk
Maar het wordt erg moeilijk

PIEN
Ik lust biefstuk

HAR
Ik ook

SAAR
(tegen Pien)
Wij eten nooit biefstuk

PIEN
Maar ik lust het wel

HAR
Dan maak ik biefstuk

PIEN
Lekker

HAR
Lust jij biefstuk?

SAAR
Wij eten nooit biefstuk

HAR
Maar je lust het wel?

PIEN
Natuurlijk
Mijn moeder is heel makkelijk

HAR
Dat is dan geregeld
Morgen eten we biefstuk
Met z´n drieen

PIEN
Gezellig
Hoe laat?

HAR
Zeg eens wat

PIEN
Wat?

Har en Pien lachend hard.

Ik ga op reis en ik neem mee:

maart 30, 2009 door laurahaman

Alles wat ik op mijn lever heb
Het bloed onder mijn nagels
Geen haar op mijn hoofd
De riem waar mijn hart onder zat
De mond waarop ik dacht nooit te vallen
Mijn lange tenen en het haar op mijn tanden
De rillingen over mijn rug en
Jij
Onder mijn huid